Kinderfysiotherapie

Kinderfysiotherapie

Baby’s 0-2 jaar

Bij zuigelingen zijn er signalen die kunnen wijzen op motorische problemen. Bijvoorbeeld: passiviteit, lage spierspanning en weinig kracht, overstrekken, onrust, asymmetrie, voorkeurshouding, moeite met houdingsveranderingen, eenzijdig bewegen. Ook chronische aandoeningen aan de luchtwegen of veel huilen kunnen een aanwijzing zijn dat er iets aan de hand is. In veel gevallen zullen de artsen van het consultatiebureau of de huisarts een rol spelen bij het signaleren van dergelijke problemen. Vaak geldt: hoe eerder het kind behandeld wordt door een kinderfysiotherapeut, hoe geringer de verstoring van de ontwikkeling van het kind is.  Bij baby’s vanaf 2 maanden komt tegenwoordig vaak een “scheefhoofd” voor. Dit kan een scheve afplatting zijn of een symmetrische afplatting. Dit kan gemeten worden door middel van de plagiocephalometrie. Dit is een bandje wat om het hoofd gaat van het kindje en hard wordt, zodat de vorm van het hoofdje zichtbaar wordt. Dit wordt gekopiëerd zodat de mate van scheefheid berekend kan worden. Rond de 5e of 6e maand wordt er een evaluatiemeting gedaan zodat duidelijk wordt of de oefeningen en adviezen geholpen hebben. Indien de scheefheid binnen een bepaalde waarde blijft kan bijvoorbeeld helmtherapie geïndiceerd zijn.

Indicaties 0-2 jaar kunnen zijn: 

  • Te vroeg geboren (prematuur)
  • Voorkeurshouding/asymmetrische houding
  • Afplatting van de schedel (plagiocephalie, brachycephalie)
  • Vertraagde mijlpalen (omrollen, kruipen, zitten, staan en lopen)
  • Billenschuivers of andere bijzondere vormen van voortbewegen
  • Aangeboren of verworven aandoeningen (cerebrale parese, spina bifida)
  • Syndroom van Down
Scroll naar top